Categorieën
Noordkronieken

Basisinkomen

Op Hemelvaartsavond wandelde ik over de kade. De temperatuur: zacht. De hemel: corona-blauw. FC Hyena, Monk, Hotel de Goudfazant, Hangar, The Student Hotel: gesloten. De hele waterkant was een speelplaats voor millennials. De meisjes speelden badminton, de jongens hielden een voetbal hoog in een grote cirkel.

En straks zijn ze allemaal werkloos, zei Frans. Ik had mijn oude voetbalkameraad lang niet gezien. Hij doet zaken in Georgië, heeft een villa in Buenos Aires en verplaatst zijn beleggingen altijd precies op tijd. Van COVID-19 gaat de wereld niet failliet, zegt hij. Maar we stevenen wel af op structurele werkloosheid. Iedereen die niet werkt voor de platformeconomie (Amazon, Google etc.) kan het straks vergeten.

Behalve voetbal hebben Frans en ik niet veel gemeen. Hij is blond, weet alles van geld, stemt rechts en woont niet in Noord. Maar we zijn allebei voor het basisinkomen. Ik vind het mooi klinken maar overzie de gevolgen niet. Hij wel – en zegt dat het de enige manier is om de economie te redden. Het is al vaak uitgeprobeerd, met veel succes. Dertien daklozen in Londen kregen €3000. Ze gooiden het niet over de balk. Ze kickten van hun verslaving af. Twee jaar later hadden ze een huis en een baan. In Kenia en Oeganda namen de werkgelegenheid, de gezondheid en het schoolbezoek toe. In 1971 was zelfs Amerika bijna zover. Helaas zijn er altijd mensen die zeggen dat je arme mensen geen gratis geld moeten geven. Daar zijn ze te dom en te lui voor. Maar, zegt econoom Joseph Hanlon: ‘Armoede gaat om een gebrek aan cash. Het is geen kwestie van domheid. Je kunt jezelf niet aan je eigen haren uit het moeras trekken als je kaal bent.’

En het is ook niet alleen bedoeld voor arme mensen. Het gaat om een universeel, onvoorwaardelijk basisinkomen. Voor iedereen dus. Rutger Bregman noemt het liever: burgerdividend. ‘Dat klopt ook met de oorspronkelijke filosofie erachter: dat alle land en natuurlijke hulpbronnen van ons allemaal zijn en degenen die daar een claim op doen de rest van de bevolking een vergoeding moeten betalen. Het is geen gunst, geen uitkering. Het is gewoon dividend. Iedereen heeft recht op een aandeel in het land.’

Het is crisis. Maar dit is de uitweg. Voor de millennials aan de kade, voor de statushouders in Elzenhagen, voor ome Jaap in het Blauwe Zand. En zelfs voor mensen die niet in Noord wonen.

Chris Keulemans

Categorieën
Noordkronieken

Goedheidjes

De labrador die kwispelend met beide voorpoten op het buffet van Al Ponte springt, omdat ze weet dat er een snoepje wacht. Sylvia trakteert haar en poetst het loket weer glimmend schoon. Alle nadelen van haar koffiehoek zijn opeens een voordeel. Zij binnen, de klanten buiten, dus de afstand is er vanzelf. De koffie neem je mee, dus er raakt niets besmet. En je pint om te betalen, zodat het contact beperkt blijft tot niets gevaarlijker dan een vriendelijk praatje.

Over het pleintje staan vijf jongens verspreid. Leeftijd: hoodies en sneakers. Het is al donker. Wat gaan ze doen: me negeren, me voor de voeten spugen? Meneer, meneer, zegt er eentje. Wedje maken dat ik win? Ze tellen af en sprinten allemaal naar dezelfde straathoek. Vijf van de opgekropte energie vlammenstaartende bliksemschichten. Bij de finish is het even gedaan met de vereiste afstand. Mooi dat mijn man heeft gewonnen.

De voortuin van Janine is klaar voor de zomer. Op de eerste warme avond zit ze met twee buurvrouwen en drie kinderen aan de corona-bingo. De eerste twee rondes wint ze zelf en daar zit ze helemaal niet mee. Mijn meisje en ik krijgen ook een stukje wat ze noemen armencake. Bloem, thee en suiker, meer niet. Hoe beter je gezelschap, hoe lekkerder het smaakt.

Mijn meisje is trouwens in topvorm. Ze kookt de sterren van de hemel, zet de mooiste bloemen in de vensterbank en ik krijg gratis alle aandacht die ze anders met de buitenwereld deelt. Wat heb je toch een geluk gehad, al die jaren, buitenwereld!

Joop van IJskoud de Beste heeft een nieuwe baan. Portier van de populairste zaak van Noord. Hij houdt iedereen aan de anderhalve meter, beschermt de harde werkers binnen door steeds maar twee mensen tegelijk toe te laten en houdt drieduizend keer per dag hetzelfde babbeltje. Hij heeft bovendien een heel bijdehand kleinzoontje. Die vindt het helemaal geen probleem dat de zaak aan de overkant, Kiplekker de Beste, gesloten is. Maar die kip was toch prima? Ja, maar de frietjes echt niet, zegt-ie. Daarom heette het ook geen Patatlekker de Beste. Hij kijkt zijn opa streng aan. Alsof hijzelf de oudste en wijste is en Joop een ukkie van vijf.

Hoe zal het zijn straks, als de omvang van de catastrofe werkelijk tot ons doordringt – herinneren we ons dan deze zonnige weken, met al die momentjes van kleine goedheid?

Chris Keulemans

Categorieën
Noordkronieken

Blauw

Categorieën
Noordkronieken

Nel en Max